Home  
Historie
Monument  
Boeken  
Kaart Ane  
Links  
Krantenartikelen  

SLAG BIJ ANE - 27 juli 1227 

De Slag bij Ane in het kort


Vanaf het midden van de 11e eeuw kregen de bisschoppen van Utrecht het land van Groningen, Drenthe en Overijssel in leen van de Duitse keizer. Vooral de vrijheidslievende Drenten waren er niet gelukkig mee dat al hun rechten en vrijheden in handen van de bisschop kwamen. De kasteelheren van de Drentse stad Coevorden (aanvankelijk vazallen van de bisschop) werden steeds meer tegenstander van hun Utrechtse 'baas'.

In 1227 was de toestand voor bisschop Otto de Tweede van der Lippe zo verslechterd, dat hij met een leger naar het noorden trok om Rudolf van Coevorden een lesje te leren. Om zeker te zijn van de overwinning bracht Otto een groot leger op de been, waaronder verscheidene beroemde kruisridders zoals Bernhard van Horstmar. De graven van Holland, Kleef en Bentheim stuurden soldaten, evenals de bisschop van Munster en de aartsbisschop van Keulen. Niets kon een roemrijke overwinning meer in de weg staan.

Halverwege de Overijsselse plaats Hardenberg en het Drentse Coevorden, in het dorp Ane, werd een kamp opgeslagen. Ook Rudolf ging naar Ane. Niet met een groot soldatenleger, maar met een ongeregelde bende boeren, knechten en meiden. Hij legerde zich niet ver van het kamp van de bisschop. Tussen de beide strijdgroepen bevond zich een groene strook grond. Maar alleen Rudolf wist dat het een verraderlijk terrein was: in feite was het niet meer dan een verborgen moeras, genaamd 'De Mommeriete'.

Op de ochtend van de 27e juli 1227 begon het leger van de bisschop zich gereed te maken voor de strijd. Een kleurrijke, indrukwekkende groep zette zich in beweging om de Drenten aan te vallen. Echter niet voor lang, want al snel zakten de eerste ruiters weg in het moeras. Terug konden ze niet, omdat de achtersten van niets wisten en hun voorgangers als het ware het moeras in dreven. Op dat moment kwam Rudolf met zijn manschappen te voorschijn en stortte zich op het door paniek uit elkaar geslagen leger van Otto. Binnen een dag was van het bisschoppelijk leger weinig meer over.


Illustratie: Fiel van der Veen, uit het boek Moord in het Moeras van Willem Wilmink.

Volgens sommige historici werden meer dan 500 edelen en soldaten gedood. Ook de bisschop zelf overleefde de strijd niet. Door deze overwinning van Rudolf en zijn 'soldatenbende' werd een begin gemaakt met het terugdringen van de invloed van de Utrechtse bisschoppen in Drenthe.